HANSJONGKINDKOPe
item1a3b item1a item1a1 item1a3 item1a3a item1a4
item1a3b2 item1a5 item1a1b item1a3d    

O1 Alles van waarde is radioactief.

Over de vorming van de aarde kun je kijken in de oudste aardlagen die toen gevormd werden. Maar die zijn er niet meer. Zij zijn weer ondergedoken onder de aardkorst en vermengd met vloeibare gesteenten. Een betere manier is om de splitsingsproducten van radioactieve isotopen (Uranium naar Lood) in meteorieten te meten. Dat is materiaal dat sinds het begin van ons zonnestelsel om ons heen cirkelt en dat pas "recent"op de aarde is neergevallen. Maanstenen, die de Apolloastronauten hebben meegenomen zijn ook erg interessant. Daar is ook vrijwel niets mee gebeurd sinds de vorming van ons zonnestelsel, behalve dat recente korte reisje. Alles wijst erop, dat de vaste aarde 4.6 milliard (4600 miljoen) jaar is ontstaan. Het eerste leven wordt met koolstof isotopen bepaald en begon 3.8 milliard (3800 miljoen) jaar geleden (zie O2). Het eerste leven had dus hoogstens 800 miljoen jaren de tijd om op afkoelende aarde te ontstaan.

O2 Vroeg leven.

In het zuidwesten van Groenland ligt Nuuk. Het gebied daarom heen is heel bijzonder. Hier liggen de oudste gesteenten van de aarde aan het oppervlak (3.85 miljard jaar oud). In die gesteenten liggen koolstofresten die een relatief hoge C12/C13 waarde hebben: Mogelijk vroeg leven. Slechts chemie, geen fossielen. In het Pilbara-gebied van West Australië bij Marble Bar zijn in 1993 aanwijzingen gevonden dat 3.5 miljard jaar geleden blauwwieren gefossiliseerd zijn.. De beelden van de fossielen zijn niet overtuigend, maar lijken eerder op kristalstructuren, die men ook in de marsmeteoriet ALH 84001 is tegengekomen. In Canada zijn in 1965 aan de noordkust van "Lake Superior" bij Schreiber Beach in de "gunflint iron formation" resten gevonden van blauwwieren (cyanobacteriën), die 1.9 miljard oud zijn. Zij hebben mooie namen: Gunflintia grandis en Gunflintia minuta. De fossielen lijken op hedendaage cyanobacteriën (bluegreen algae). De microsopische opnames hiernaast geven zo'n bolletjesbeeld van Gunflintia in een dun gesteenteplakje.
3.9-1.9= 2.0 miljard jaar: Heel veel tijd om bacteriëel leven te ontwikkelen.

O3 The Stan Miller Story.

Stanley Miller, was in 1953 de eerste wetenschapper die de vraag van ontstaan van het leven op aarde experimenteel benaderde. Het apparaat dat hij daarbij gebruikte bestond uit een gesloten systeem met "oeratmosfeer" waarin hij tussen eletroden vonken liet overspringen. De producten ving hij op in water, de "oersoep". De organische producten die ontstaan zijn sterk afhankelijk van de samenstelling van die oeratmosfeer: hoe minder zuurstof, hoe gereduceerder, hoe meer organische producten zoals aminozuren. Zo vond hij een groot aantal voorlopermoleculen Ook na 2007 -het jaar waarin hij overleed- zijn er nog steeds geen zichzelf-vermenigvuldigende moleculen gesynthetiseerd. Het ontstaan van het leven is nog steeds in nevelen gehuld. De creationisten maken daar handig gebruik van door een alternatieve, religieuze hypothese te verkondigen.

O4 Het is dan toch gelukt om zichzelf-vermenigvuldigende moleculen te maken in een niet-biologisch (a-cellulair) systeem.

Joyce en medewerkers hebben er negen jaar over gedaan om dat voor elkaar te krijgen.
In het kort komt het er op neer, dat een grotendeels in elkaar gezet enzym AB uit de RNAmoleculen "C"en "D" een nieuw enzym CD vormt. Op zijn beurt vormt CD uit de RNA-moleculen "A"en B" het enzym AB terug. De stofjes die nodig zijn om dit vermenigvuldigings proces snel te laten verlopent zijn: enzym AB, en de substraten "A", "B", "C" en "D ". De enzymen AB en CD worden in dit systeem elk uur verdubbeld. Hoe zat dat ook weer met het schaakbord en de graankorrels?
Dit systeem waarbij enzymmoleculen in oplossing worden vermenigvuldigd staat model voor de situatie in de oersoep, waarin nog geen cellen aanwezig waren. Kleine enzymatische RNAmoleculen zouden zich 4 miljard jaar geleden op identieke wijze hebben kunnen vermeerderen. Uiteindelijk zou, door samenvoeging van een aantal van die zichzelf- vormende enzym systemen binnen een membraan, zich een vermenigvuldigende cel hebben kunnen vormen.

Literatuur: Lincoln & Joyce: Science 323, 1229-1232, 2009

   
 
   
 
   
 
   
 
   
 
 
 
 
 
 
   
 
   
 
   
 
   
 
Home | Weblog Stamcel | Weblog Oersoep | Weblog Evolutie | Weblog beeld/muziek | Schilderijen | Digits | C.V. | Contact